Er komt heel wat bij kijken om een mix op poten te krijgen. Niet alleen zijn de processen ingewikkeld (denk aan compressie), maar ook brengt het hanteren van een groot project de nodige uitdagingen met zich mee. Na urenlang gemixt te hebben, verlies je overzicht. En probeer dan nog maar 's om je werk objectief te beoordelen. Wellicht kan de volgende checklist je behoeden voor het maken van de beruchtste mixfouten.

 

 

1. Bassdrum (en/of bas) te zacht

Deze lage, brommende instrumenten worden nog wel eens 'vergeten'. Maar als er geen sublaag van bas en bassdrum in de mix zit, kan er geen warmte zijn en mist de mix energie. Én zal deze door de mand vallen op een groot systeem. Het sublaag (30HZ-90Hz) is lastig te controleren; het wordt door de gemiddelde speaker vaak niet (goed) weergegeven. Daarom is het goed om met een spectrumanalyser te werken. In de sectie 'Gratis Plugins' zie je welke plugins je daarvoor kunt gebruiken. Overigens kun je de hoeveelheid sub ook goed controleren op een  goede studiokoptelefoon.

2. Vergeten instrumenten te pannen

Gebruik het stereobeeld over de volle breedte. Hoewel instrumenten uit de 'heilige-viereenheid', bassdrum, bas, snare en leadvocal wat ongebruikelijk zijn om te pannen, lenen vrijwel alle andere instrumenten zich er juist heel goed voor. Elk instrument dat je naar een kant zet, maakt de weg vrij voor instrumenten uit de heilige-viereenheid. Ga uit van extreem: pas op het moment dat de mix uit elkaar dreigt te vallen of gaat scheefhangen, ben je te ver gegaan.

3. Het hoog van de cymbals is niet in balans met het hoog van de rest van de instrumenten

Doordat cymbals vaak hard op alle drummicrofoons binnenkomen, eindigen ze soms hard in de mix. Als je niet oppast, gaan ze onze complete behoefte aan hoog in de mix vervullen. Daardoor heb je misschien niet in de gaten dat andere instrumenten nog relatief dof zijn. Zet de cymbals daarom eens uit en luister of de rest van de band wel voldoende hoog heeft. Hoge frequenties zijn nodig voor een open klank en zorgen voor felle transiënten. Zonder voldoende hoog kan een instrument niet opwindend klinken. Mocht je het lastig vinden om dit te beoordelen dan is er een trucje: zet tijdelijk, wat extra hoog op de mix. Niet teveel, anders verpest je je oren. Nu er teveel hoog in de mix zit, hoor je snel welke instrumenten profiteren van zo'n ingreep en welke kunstmatig of zelfs pijnlijk gaan klinken. De doffe instrumenten kun je vervolgens eenvoudig meer (top-) hoog geven met EQ.

4. Teveel compressie gebruikt

Van alle effecten is compressie het lastigste proces om onder de knie te krijgen. Zelfs professionals hebben nog regelmatig nieuwe inzichten wat betreft een goede toepassing van het effect. Met compressie kun je een instrument grootser, indrukwekkender laten klinken en meer punch geven. Maar als je niet oppast ga je een grens over waarbij je het tegenovergestelde bereikt. Namelijk een geluid dat juist armer, kleiner of zelfs levenloos klinkt. Mocht je nog niet helemaal zeker zijn van je zaak, dan kun je het beste uitgaan van presets. Zorg dat de 'gainreduction meter' (GR-meter) niet meer dan 3-6dB uitslaat en dat de meter regelmatig terugspringt naar de '0'-stand. Op bussignalen zoals de complete drumkit of de totaalmix is 1-3dB vaak al het maximum. 

5. Te veel volumeverschillen

Zijn de volumeverschillen binnen een bepaald instrument te groot, dan zal het minder stevig en stabiel klinken. Bovendien kan de luisteraar niet goed contact houden met de muzikant. Hebben alle instrumenten teveel dynamiek, dan zal de mix minder coherent en compact klinken. Luister nog eens naar je favoriete platen, en merk op dat het gemiddelde instrument in moderne producties vaak heel constant en stabiel in de mix ligt, letterlijk iedere noot is hoorbaar. Breng van een voorbeeldproductie eens de volumeverschillen in kaart van achtereenvolgens de bassdrum, de snare, de bas en de zang. Aan de hand daarvan kun je je eigen instrumenten proberen gelijkmatiger te laten klinken. Dat kan door individuele noten los te knippen en 'Region Gain' (Logic Pro) of 'Clip Gain' (Pro Tools) te geven, of door middel van compressie, limiting, vervorming of het automatiseren van de fader. Nummer vijf is een lastige mixfout: eerst moet je het probleem herkennen, om het daarna 'onhoorbaar' op te lossen. Het is vaak een hele puzzel, ook voor professionals.

6. Mono auxen in plaats van stereo

In Pro Tools vergeet je wel eens om bij New Track-> Aux, 'stereo' te kiezen in plaats van 'mono'. In Logic Pro kan het voorkomen dat het programma automatisch een mono aux voor je aanmaakt. Bijvoorbeeld als je het effect wegstuurt vanaf een monospoor, zoals snare of gitaar. Zet je vervolgens een effect in die aux, dan zal dat ook mono zijn! Dat is bij de meeste effecten natuurlijk niet de bedoeling. Controleer daarom vooraf of je aux wel echt stereo is.

7. Tuning en timing vergeten bij te sturen

Vergis je niet in de impact van deze mixfout.

Als je kritisch naar je grote voorbeelden luistert, hoor je meestal dat er heel precies is gemusiceerd, dus met een heel precieze timing en intonatie. Is in je eigen project de bas niet gelijk aan de drums, dan kan er geen solide ritmesectie ontstaan. Als de trombonist binnen de blazerssectie vals heeft gespeeld, kan de blazerssectie nooit als een geheel klinken. Als de tweede stem.... etc.

Muzikanten voelen in de studio soms een barrière om partijen te herstellen. Door een take over te doen erken je als het ware je verlies, en daarvoor moeten je ego en zelfvertrouwen tijdelijk pas op de plaats maken. Ook kost het overdoen extra energie en tijd van alle betrokkenen. Daarom zal het niet de eerste keer zijn dat een noot in de studio wordt bestempeld als 'cool', terwijl deze gewoon fout was. Feit is dat ongetimede of onzuivere noten je productie een ronduit amateuristische indruk kunnen geven. Waardoor een luisteraar misschien afhaakt. Weet dat het geen schande is om een partij meerdere keren over te moeten doen; veel grote artiesten zijn ook niet allemaal one-takers (...).
In de mix is het daarom belangrijk om fouten op te sporen en te herstellen. Als je de 'verkeerde' noten weet op te sporen en te corrigeren, zal de mix winnen aan klank. Dat gezegd hebbende: dit is geen pleidooi om alle partijen nu maar blind te gaan quantizeren en Autotunen. In popmuziek geven afwijkingen juist de jus; het is dan ook de kunst om te weten van welke noten je af moet blijven en welke noten een zetje nodig hebben.

8. Overloads in de master

In de analoge wereld kun je met een te hard signaal een bepaald karakter toevoegen. Het is een gradueel effect; de vervorming neemt langzaam toe naarmate het volume harder wordt. De kleur van analoge vervorming ervaren we vaak als aangenaam. In de digitale wereld is dit anders. Er zijn situaties denkbaar, waarbij een geluid op een bepaald volume 0% vervorming heeft. Maar zodra je het volume iets verhoogt, ontstaat er een vieze, inharmonische vervorming. Dit geldt voor individuele sporen, maar voor de mixbus al helemaal. Je wilt immers niet dat de pieken van je zorgvuldig gemaakte master worden gekortwiekt. De beste manier om mixoverloads te vermijden, is door alle faders voldoende terug te trekken, en de masterfader op 0 dB te laten staan.

 

Merk op dat je mixfout één tot en met vijf kunt voorkomen door met referentietracks te werken. Het voelt misschien als een knieval of 'niet creatief' om je eigen mix te vergelijken met die van andere artiesten. Maar een bekend probleem van onze oren is dat ze na korte tijd wennen aan een bepaald geluid. Na een uur werken is het speelveld al afgebakend. Bínnen dat speelveld verricht je misschien nuttige handelingen, maar je merkt niet dat er daarbuiten ook nog een wereld is. Je mix kan dan op de meest basale kenmerken uit de pas lopen met de realiteit. Zoals de totale hoeveelheid laag of hoog, de hoeveelheid galm, of het volume van belangrijke instrumenten als snare of leadvocal. Luister tijdens het mixen daarom regelmatig naar vergelijkbare muziek, het zou zomaar kunnen dat je een belangrijk defect ontdekt. Een nacht slapen doet ook wonderen, je gehoor is dan op natuurlijke manier ge-reset.